Opgravingen

Hoe hevig de strijd in september 1944 precies was, is stukje bij beetje aan het oppervlak gekomen. De 400 hectare grond in de Schuytgraaf is meter voor meter met metaaldetectoren onderzocht. Op basis van historisch onderzoek was al wel bekend dat er in Schuytgraaf (toen nog Driel-Oost) tijdens de oorlog hevig gevochten was. De kans dat er explosieven zouden liggen, was dan ook groot. "De grond moet natuurlijk eerst vrij van explosieven zijn voordat er huizen kunnen worden gebouwd", aldus projectleider Sylvie Polman van de gemeente Arnhem. "Daarom hebben we gezocht naar een gespecialiseerde aannemer met explosievenexperts in dienst". Die is gevonden en Ron Beute is één van die explosievenexperts. "De geschiedenis en de strijd gaan pas echt leven als je ook daadwerkelijk wat vindt. Langzaam wordt dan duidelijk hoe verschrikkelijk de strijd moet zijn geweest".

Rondom boerderij De Laar nr. 18-20-22 is ruim 60 jaar geleden hevig gevochten. De boerderij was toen de enige beschutting in het open veld. Tijdens de gevechten is het pand verschillende keren in andere handen overgegaan. Zowel de Duitsers als de Engelsen hebben erin gezeten. Daarom is er rondom de boerderij heel veel munitie gevonden. "Dat er nooit eerder ongelukken zijn gebeurd met achtergebleven, niet gesprongen munitie of explosieven is bijna onvoorstelbaar", zegt Beute. "We hebben in de achtertuin, net onder de zoden, veel granaten gevonden. En onder de grond bij de voor- en achterdeur zijn een Duitse en een Engelse militair (Wiltshire) gevonden.

Tot nu toe zijn in Schuytgraaf een Duits vliegtuig gevonden en acht stoffelijke overschotten van soldaten en hun persoonlijke eigendommen. Bij de resten van de soldaten werden voorwerpen gevonden zoals een gouden ring, een verrekijker, een scheerkwast en -mes, een naaisetje en zelfs een radio. Er is ook heel veel munitie gevonden, van kleine en grotere wapens tot vliegtuigraketten aan toe en alleen al zo'n 5000 granaten. Sommige plekken in Schuytgraaf bevatten grotere hoeveelheden dan andere. "Dat komt", zo vertelt Ron Beute, "doordat de munitie op sommige plekken verzameld werd, bijvoorbeeld in een boomgaard. Hier vielen de militairen veel minder op dan in het open veld. Tijdens de strijd is de munitie daar achtergelaten". Naast de munitie is er ook heel veel parachutedoek gevonden, wapens, veldflessen, parachutesluitingen, stukken van zwemvesten en zelfs delen van opvouwbare motorfietsen. Veel van deze spullen gaan naar het Airbornemuseum.


Britse soldaten

Tijdens de bouwwerkzaamheden van Schuytgraaf werden in 2001 en 2003 nog twee soldaten van het Wiltshire Regiment geborgen. Vandaag de dag zijn er echter nog altijd 18 soldaten van dit regiment vermist.


Thomas Frederick Venn

thumb P021652showfoto.asp kopie

Meer dan zestig jaar nadat hij werd gedood is Private Thomas Frederick Venn, geboren in 1926 te Lovedean, vlakbij Portsmouth, op woensdag 8 november 2006 met volledige militaire eer herbegraven op de Airborne Begraafplaats te Oosterbeek.

Private Venn, van het 5e Bataljon van het Wiltshire Regiment, ingelijfd in februari 1944, diende in Noord-West Europa. Hij was vermist, gedood in actie op 2 oktober 1944 in Arnhem, waar het Bataljon onder hevige aanval van vijandelijk vuur kwam te liggen. 

Zijn overblijfselen werden ontdekt bij de boerderij De Laar, in de Schuytgraaf in 2001 en geindentificeerd door een onderzoeksteam van het Nederlandse leger in 2003, met behulp van militaire tandheelkundige records.

Lewis James Curtis

Pte_Lewis_Curtis_200

Lewis James Curtis, geboren 1924 te Liskeard, Cornwall, kleermaker in het dagelijks leven, zoon van John Edward en Kathleen Curtis.

Hij doorliep de Liskeard Kerk School en werkte in de Co-Op voor hij op 4 maart 1943 in dienst ging te Colchester.

De 19 jarige Pte Curtis is geland in Normandië en heeft deelgenomen aan alle grote veldslagen zoals; Hill 112, Mont Pincon, de slag van Oden en de oversteek van de Seine bij Vernon. Tegen de tijd dat het 4de & 5de Wilts (129e Brigade, 43e Wessex Divisie) Arnhem had bereikt, hadden ze 250 man verloren. Helaas kwamen ze te laat om de 1st Airborne Divisie te helpen, evenwel nam het bataljon deel aan een afleidingmanoeuvre tijdens de operatie Berlijn en de terugtrekking van de overgebleven militairen van de 1st Airborne Divisie over de Rijn.

157717 wachtpost 3 Laarstraat

Op 27 september 1944, nam de B Compagnie van het 5e bataljon een defensieve positie in bij boerderij De Laar, net ten westen van de kruising van de noord-zuid, Arnhem-Nijmegen spoorlijn, die werd verdedigd door de D Compagnie.

De eerste drie dagen van de bezetting van het bataljon in dat gebied waren rustig, met af en toe beschietingen en een aantal waarnemingen van Duitse troepen in het noorden en oosten. Maar op zondag 1 oktober 1944 begon het artillerie bombardement in alle hevigheid, en het bataljon moest vragen om mortier en artillerievuur om een aanval door Duitse tanks en infanterie af te weren.

De Duitse troepen trok zich toen terug om zich te hergroeperen en om 0330hrs in de ochtend van maandag 2 oktober 1944 was er weer een hevige aanval.

De positie van de D Companie werd het zwaarst getroffen, en twee derde van de mannen werden gedwongen zich terug te trekken naar de posities van de B Compagnie bij de boerderij De Laar.

De Duitsers volgden met een tank aanval en artillerie bombardement op de boerderij. De B Companie vocht fel om de aanval af te weren, maar in de gevechten werd ongeveer de helft van de mannen van zowel de B- en D- Compagnie gedood of gewond, onder hen Private Lewis James Curtis van de B Compagnie.

Captain McMath schreef in het boek de 5e Wilts geschiedenis: "Dit waren de hevigste gevechten die het bataljon ooit heeft meegemaakt."

Het stoffelijk overschot van Curtis werd in 2003 ontdekt in een ondiep veldgraf bij de boerderij De Laar ten zuiden van Arnhem (nu Schuytgraaf), geborgen en uiteindelijk geïdentificeerd in 2008 door de Bergings- en Indentificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht aan de hand van gebitsgegevens van het Britse Leger.

Na 68 jaar werd Private Lewis James Curtis op woensdag 3 oktober 2014 om 10.00 uur met volledige militaire eer herbegraven op de Airborne Begraafplaats te Oosterbeek.


Resten Britse soldaten gevonden bij zoeken naar explosieven in Arnhem

In Arnhem-Zuid (Schuytgraaf) zijn donderdag 7 februari 2013 de stoffelijke resten van twee Britse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog gevonden en geborgen. De lichamen werden aangetroffen tijdens een zoektocht naar explosieven. Dat heeft het Ministerie van Defensie bekend gemaakt. Experts van Defensie vermoeden dat de twee eind 1944 zijn gesneuveld tijdens operatie Market Garden. De soldaten lagen naast elkaar begraven in een ondiep veldgraf met hun militaire uitrusting, munitie en persoonlijke bezittingen. De lichamen en uitrustingen zijn overgebracht naar het laboratorium van de indentificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht. De Britse autoriteiten zijn op de hoogte gebracht van de vondst. Op basis van onder meer gebitsgegevens wordt geprobeerd de identiteit van de militairen te achterhalen.

De Gelderlander, 8 februari 2013.

Twee Britse soldaten herbegraven op Airborne begraafplaats

Burial-LCpl-Donald-Stabler-Noble-and-Pte-Harold-James-Lewis-3-715x408

Vanmorgen om 10 uur zijn twee Britse soldaten die gesneuveld zijn in oktober 1944 na identificatie, herbegraven op de Airborne begraafplaats in Oosterbeek.

Private (soldaat) Harold Lewis en Lance Corporal Donald Noble werden begin 2013 tezamen in een veldgraf aangetroffen tijdens werkzaamheden bij de Schuytgraaf in Arnhem.

Foto: Wiljo Pas

Wiltshire Regiment

In het anonieme, smalle veldgraf werden een Wiltshire Regiment baretspeld en een Warwickshire Regiment speld bij de soldaten aangetroffen. Daarmee startte de Bergings- en Identificatie Dienst van de Koninklijke Landmacht met hulp van het Wiltshire Regiment 4th Battalion Roll, een uitvoerig onderzoek naar hun identiteit.

De spoorwegovergang bij de toenmalige Laarstraat op het huidige Schuytgraaf was een strategische plek waar heftig om gevochten werd. Zowel de Duitsers als de geallieerden wilden de overgang in bezit hebben. De overgang is daarbij diverse keren van ‘eigenaar’ gewisseld.

35 Britten lieten tijdens een slag op 3 oktober 1944 het leven. Zeven daarvan waren nog vermist. Op basis van tandgegevens, leeftijd en lengte bleven Donald Noble en Harold Lewis over. Zij maakten deel uit van het 4th Battalion, Wiltshire Regiment en kwamen uit Leeds.

Herbegraven

Er konden geen familieleden gevonden worden van deze twee mannen. Maar zij werden beslist niet eenzaam herbegraven. Veel mensen waren bij de indrukwekkende dienst aanwezig en legden een krans of bloemen.

Zo was het 5th Battalion The Rifles uit Wiltshire aanwezig en ook de Fanfare Bereden Wapens van de Koninklijke Landmacht. De Britse soldaten werden met veel eerbetoon gedragen en op hun nieuwe rustplaats bijgezet. Zowel het Britse als het Nederlandse volkslied werd gespeeld.

Leerlingen van de Montesorieschool uit Arnhem legden bloemen bij de nieuwe graven van de twee Britse geallieerden. Padre Phillip Smith leidde de ceremonie.

Vijf kameraden van Donald en Harold blijven nog steeds vermist.

renkum.nieuws.nl. 5 oktober 2016. 14.45


Pte Harold James Lewis

Harold James Lewis, geboren ca 1925 te Hertford.

Een nicht van Lewis is gevonden. Haar gezondheid was te broos oom bij de herbegrafenis aanwezig te zijn.


L/Cpl Donald Stabler Noble

Donald Stabler Noble, geboren 22 maart 1922 te West Leeds, zoon van Mrs. Dorothy May Noble.

Donald Noble treed toe tot het leger in 1938 als een jonge soldaat en lid van de Royal Warwickshire Regiment voordat hij naar het Royal Berkshire Regiment en uiteindelijk lid werd in augustus 1944 van het 4e Bataljon van het Wiltshire Regiment. Zijn lichaam lag onontdekt in een veldgraf in Zuid-Arnhem (Schuytgraaf)

Hij werd geboren in de parochie West Leeds op 22 maart 1922 en werd 22 jaar op het moment van zijn dood. Zijn moeder was Dorothy May Noble en er is ook een mogelijkheid dat hij een half-zus had, maar dit is nooit geverifeerd.

We weten dat voor de toetreding tot het leger Donald een leerling was en bij zijn moeder woonde in Headingly, Leeds. Dorothy had twee zussen, maar er zijn geen nakomelingen gevonden. Zijn laatst bekende adres was in het Burley gebied van Leeds.

DSC_5799

Veldgraf van een Duitse soldaat

Het veldgraf van een Duitse soldaat uit de Tweede Wereldoorlog is op dinsdag 7 februari 2006 opgegraven bij werkzaamheden aan de spoordijk bij Schuytgraaf. Die op de aanwezigheid van munitie werd onderzocht, gedeeltelijk afgegraven en weer verstevigd voor de bouw van geluidsschermen langs de nieuwbouwwijk. De metaaldetector sloeg bij het onderzoek aan op de helm van de soldaat. 
De vermoedelijk nog jonge militair is in het harnas gestorven; hij had zijn helm nog op, zijn uitrusting nog om en zijn schoenen nog aan. Ook had de soldaat zijn identificatieplaatje nog om. 

Schuytgraaf 2

Volgens adjudant Arnand Maringka van de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht staat op het plaatje een nummer en het legeronderdeel waartoe hij behoorde. Defensie gaat die gegevens bestuderen en probeert eventueel via Berlijn te achterhalen wie deze gesneuvelde militair is geweest. De jongen was mogelijk nog geen twintig jaar oud. Volgens Maringka blijkt dat uit het skelet.

Mogelijk behoorde hij tot het Panzer Grenadier Regiment 60, die in die omgeving vocht tegen het 5 Bn Dorsetshire Regiment.


§§ © Harry Schoel sr. 2011